De weg van het graan door de molen

Een uitleg hoe van graan meel gemaakt wordt. Je kunt hieronder meteen naar een onderdeel van de uitleg springen.

Luiwerk  Kaar  Schuddebak  Staakijzer  Kropgat   Steenkuip  Molenstenen  Meelpijp    Meelzak  Luiwerk2  Boer2

boer

In oude tijden waren boeren verplicht hun graan te laten malen bij een ban-of domein molen. Ander molens waren destijds verboden, omdat de heer van het domein het windrecht had. De wind was zijn eigendom en alleen hij mocht er gebruik van (laten) maken. Na het maaien en dorsen van het graan, deed de boer het in zakken van ongeveer 75 kilo en bracht het met paard en wagen naar de molen. We kennen ook verhalen dat oudere kinderen op een transportfiets even een zak naar de molen moesten brengen.

Naar boven

luiwerk

Als de zakken bij de molen komen, moeten ze naar de bovenste etage (de steenzolder) van de molen. De molenaar laat met het luiwerk een ketting zakken vanuit het dakje boven het balkon. Hij doet dit door een rondlopend touw te laten draaien. Dat touw loopt over een gaffelwiel,

Gaffelwiel boven in de molen.
Gaffelwiel boven in de molen.

 dat de lui-as mee laat draaien, waarop de ketting zit opgewonden.

Zak met molenaartje
Zak met molenaartje

In het balkon zit een klep die open kan. Daar doorheen wordt de ketting geleid naar de zak graan die daar klaar staat. De zak wordt met een houten molenaartje, een soort lus met een houtje, vast gemaakt. De molenaar laat dan het rondlopende touw de ander kant op draaien en hijst zo de zak omhoog.

Buitenlangs luien.
Buitenlangs luien.
De zak staat in het lui-luik.
De zak staat in het lui-luik.

Als de wieken draaien, geeft hij een ruk aan het touw en trekt hij de lui-as iets omhoog, zodat de een tandwiel (varkenswiel) in het bovenwiel grijpt.

Het varkenswiel grijpt het bovenwiel.
Het varkenswiel grijpt het bovenwiel.

Dan laat de molen de ketting binnen halen. Zo kost het geen moeite om de zak graan boven te krijgen. Als de zak bij het raam boven de deur komt, laat de molenaar het varkenswiel weer zakken, zodat het hijsen stopt. Daarop haalt de molenaar hem naar binnen en ligt hem op een stapel.

De zak met graan ligt op voorraad.
De zak met graan ligt op voorraad.

Naar boven

kaar

Als de molenaar gaat malen, pakt hij een zak en tilt die op de meelkist

Zak graan op de meelkist.
Zak graan op de meelkist.

Dit tillen kan ook weer met behulp van het luiwerk. Binnen hangt ook een touw met molenaartje. Op de meelkist wordt de zak opengemaakt en leeggeschud in de kaar.De kaar is een houten trechter met een klepje dat een etage lager open en dicht kan worden gezet.

Kaar.
Kaar. 
Binnenkant kaar.
Binnenkant kaar.
Schuif van de kaar naar de schuddebak.
Schuif van de kaar naar de schuddebak.

Het graan loopt langzaam op de schuddebak

Naar boven

schuddebak

De schuddebak is een plank met aan drie zijden een opstaande rand. De plank loopt iets af en loopt van de kaar

Blote steen met kropgat.
Blote steen met kropgat.

naar het centrum van de stenen. (Het kropgat). Aan de schuddebak zit een metalen verlegstuk dat tegen het draaiende, vierkante staakijzer tikt.

Staakijzer in kropgat.
Staakijzer in kropgat.

Daardoor gaat de schuddebak heen en weer. En, net zoals het lepeltje suiker dat op de aardbeien gaat door zachtjes tegen het lepeltje te tikken, vallen de graankorrels in kleine hoeveelheden in het kropgat.

Naar boven

staakijzer

Het staakijzer is een vierkante spil met bovenaan een rondsel en onderaan een vork (de klauw).

Molenrijn.
Molenrijn in het kropgat.

De klauw grijpt in de rijn, dat onderin het kropgat ligt. Het rondsel gaat draaien door het groot- of bovenwiel. Zo wordt het staakijzer aangedreven en dat laat op zijn beurt de rijn laat draaien dat de molensteen meeneemt.

Naar boven

kropgat

Het kropgat is het ronde gat in de bovenste molensteen (de loper). Door dit gat loopt het staakijzer naar de loper en loopt het graan tussen de molenstenen.

Naar boven

steenkuip

De houten steenkuip.
De houten steenkuip.

de steenkuip is een taartvormige afgesloten kuip, waarin de loper ronddraait en de ligger ligt. De steenkuip heeft tot doel het meel bij de steen houden.

Naar boven

molenstenen

de onderste molensteen (de ligger) ligt stil en stevig verankerd in de kuip. De bovenste molensteen (de loper) is dikker uitgevoerd om meer gewicht te krijgen om te malen. Beide molenstenen hebben waaiervormige gleuven. De gleuven en opstaande randjes heten scherpsel.

Open steen met scherpsel.
Open steen met scherpsel.

Doordat het scherpsel van beide stenen op elkaar liggen, liggen de gleufjes onder een hoek op elkaar. Door de draaiende beweging van de loper wordt het graan eindeloos geknipt en meteen richting van de rand van de ligger geduwd. Het is nu meel. De loper heeft aan de zijkant een leren bezempje (het jagertje)

Steen met jagertje en meelgat.
Steen met jagertje en meelgat.

hangen dat meedraait. Dit jagertje veegt het meel in het meelgat, de bovenkant van de meelpijp meelpijp.

Naar boven

meelpijp

de meelpijp loopt van een gat in de vloer van de steenkuip naar een etage lager. De meelpijp is een houten buis die voor onderhoud makkelijk te openen is. Onderaan de meelpijp ligt een schuine plank waarover het meel langzaam in de meelzak glijdt. Waar het meel op de plank valt hangt een doekje tegen het stof.

Naar boven

Meelpijp met meelzak.
Meelpijp met meelzak.

 

meelzak

 

De meelzak wordt door een paar haakjes opengehouden en rust op een weegschaal. Als het ingestelde gewicht bereikt is slaat de weegschaal af en wordt een plankje (de scheidplank) onderaan de meelpijp geplaatst nu kan de molenaar zonder te morsen de meelzak dichtknopen en naast de deur leggen.

Naar boven

luiwerk

Met het luiwerk worden de meelzakken door de zwaartekracht naar beneden geleid.

Naar boven

boer

De boer maakt het molenaartje los en zet de volle meelzakken op de wagen.

Naar boven